Waarom hebben koudgeperste terminals soms een slechte isolatie?
Het fenomeen van slechte isolatie in koudgeperste terminals is hoofdzakelijk te wijten aan factoren die verband houden met materialen, processen, gebruiksomgeving en menselijke bediening.
1. Materiële factoren
Defecten in het isolatiemateriaal: De isolatiehulzen op de terminals zijn meestal gemaakt van PVC, nylon of soortgelijke materialen. Als het materiaal zelf onzuiverheden, poriën of een onjuiste samenstelling bevat (zoals migratie van weekmakers), kan dit leiden tot verminderde isolatieprestaties.
Veroudering van het materiaal: Langdurige blootstelling aan hoge temperaturen, ultraviolet licht of chemisch corrosieve omgevingen kan ertoe leiden dat het isolatiemateriaal broos wordt, barst en zijn isolerende eigenschappen verliest.
Corrosie van metalen onderdelen: Als de metalen kern van de terminal een slechte coating of onzuiver materiaal bevat, kan oxidatie of roest de isolatieafstand verkorten of zelfs lekkage veroorzaken.
2. Proces- en fabricageproblemen
Spuitgietdefecten: Als de isolatiehuls niet strak tegen de metalen kern is gedrukt, kunnen er microholtes of openingen ontstaan, waardoor er een pad voor geleiding van materiaal kan worden gevormd.
Ongecontroleerde maattolerantie: Een ongelijke of te dunne isolatiehuls kan leiden tot onvoldoende plaatselijke isolatiesterkte.
Verontreinigingsresten: Tijdens de productie kunnen vet, metaalsplinters of andere verontreinigingen aan het isolatieoppervlak hechten, waardoor de oppervlakte-weerstand afneemt.
3. Onjuiste krimpprocedure
Niet passend KrimpgereedschapHet gebruik van de verkeerde krimptang of onjuiste druk kan ertoe leiden dat de isolatiehuls onder druk barst of dat de metalen kern de isolatielaag doorboort.
Onjuist strippen van kabels: Door het te veel verwijderen van de isolatie van de geleider komt er te veel metaal bloot te liggen, dat in contact kan komen met de buitenomgeving.
Onjuiste krimppositie: Als de metalen kern de geleider niet volledig omsluit, kunnen er na het krimpen bramen door de isolatiehuls heen prikken, waardoor ontladingspunten ontstaan.
4. Omgevings- en gebruiksvoorwaarden
Vocht en condensatie: In vochtige omgevingen kan water in de isolatieholtes sijpelen, waardoor de isolatieweerstand afneemt en er mogelijk vonken of kortsluitingen ontstaan.
Omgevingen met hoge temperaturen: Langdurig hoge temperaturen versnellen niet alleen de veroudering van materialen, maar kunnen ook het isolatiemateriaal verzachten en vervormen, waardoor metalen onderdelen bloot komen te liggen.
Mechanische belasting: Frequente trillingen of trekken na installatie kunnen leiden tot scheuren in de isolatiehuls of vervorming van de aansluiting, waardoor de isolatiekwaliteit in gevaar komt.


















